Christophe Coppens
Playdate
15.01.2023 - 04.03.2023
Rivoli Building #41 - Brussel
Tafels vol poppen, kastelen, mini-meubels, Kabouters, Ken in zijn onderbroek, een glitterbeer, een berg apen, een kleine glazen bol, … Wanneer Christophe Coppens genereus de deur openzwaait tuimelt het speelgoed je tegemoet. Op grote houten tafels staat alles ogenschijnlijk lukraak uitgestald. Doorheen dit wat aftandse wonderland zijn ook organische schatten verweven als takken en stenen, al of niet bewerkt met glazuur, gips of klei. Twee uitgerangeerde afwas sponsen liggen pront in de hoek. De lawine aan referenties, texturen en zintuiglijke prikkels grijpt recht naar de keel. Dit zijn mijn schetsboeken, verduidelijkt de kunstenaar. Het is de overweldigende stream of consciousness waar hij zijn kamp mee bouwt. Het spel kan beginnen.
Deze verworpen en verloren spullen vindt Coppens opnieuw uit in associatieve composities die meanderen tussen grotesk carnavalesk en puur Zen. Fragmenten van houten kastelen worden bewerkt tot nieuwe vormen en herbergen tekeningen, nota’s en (schat)kaarten. Gapende monden, stromen van bloed, feestneuzen en absurde kinetische ingrepen ontgrendelen de kolder van opgroeien. Met Playdate neemt de kunstenaar je mee naar een gewezen vrijplaats, zijn vroegere speelkamer. Zijn kindertijd is een terugkerend thema voor de kunstenaar maar nooit eerder lag de focus zo radicaal op die dagen dat hij zich zorgeloos kon terugtrekken terwijl buiten de wereld voorbijraasde. Het speelgoed is het kader voor de al of niet valse herinnering. Wars van nostalgie gaat hij om met de materialiteit en energie van de gevonden en verzamelde objecten om ze te componeren tot een verhaal over vandaag. Hij appropriëert de memento’s verscholen in het kerkhof van verlaten speeltuigen tot universele verhalen over leven, lust en liefde. Het worden indrukwekkende bas-reliëfs die zweven tussen magnifiek en monsterlijk, tussen hilarisch en bloedserieus.
De captatie van de energie van het spel is in het universum van Coppens ontroerend intens. De spirituele poëzie is meeslepend maar ongrijpbaar. Brutale maatschappijkritiek is even aanwezig als afwezig. Zeemzoet en agressief tegelijk verbeeldt de kunstenaar intuïtief de surrealistische paradox van het dagelijks bestaan. Hilma af Klint en Mike Kelley op date. In Kelley’s More Love Hours Than Can Ever Be Repaid and The Wages of Sin (1987) wijst deze Amerikaanse kunstenaar met een chaotische verzameling handgemaakte knuffelberen op de uren liefde die in het verwezenlijken ervan zijn gekropen en de zware last van de onmogelijkheid en ondankbaarheid om er genoeg voor terug te geven of te krijgen. Coppens kent dit soort “liefdesuren” in al zijn facetten. Ze kolken door zijn oeuvre als een even betoverende als verstikkende massa genegenheid. De Amerikaanse kunstcriticus Jerry Saltz benoemt de nieuwe stroom aan kunstwerken uit bergen object trouvé als Clusterfuck Esthetics. Hij zegt hierover: Het kan worden gezien als een manier om te concurreren met de paranoia en chaos van het dagelijks leven; een homeopathische dosis vergif waarbij ruïnes worden gecreëerd om de ondergang tegen te gaan; een manisch-depressieve paniekaanval bij een overvloed aan informatie. Het werk van Coppens sluit daarbij aan en steekt even hard als de wespen die er rond zoemen. Iedereen begint er direct op te kloppen, duidt de kunstenaar zijn liefde voor het insect. Waarna hij een beeld oproept van de stuiptrekkende, verdrinkende massa in een wespenval. De verwondering over de macht en pracht van dit kleine wezen in staat tot zoveel paniek is even groot als de fascinatie voor zijn gruwelijke ondergang. In het scheppen van dergelijke metaforen bulkend van verbindende betekenissen is Coppens een meester en het medium is hieraan ondergeschikt.
Acteren, regisseren, kostuums, decors, accessoires, huisraad en opera, installaties en performante ingrepen, schilderijen verweerd door de elementen. Coppens creëert continu beelden. De dramaturgie en theatraliteit zijn vlijmscherp. Kitsch is een woord voor mensen zonder verbeelding zegt Coppens. De kunstenaar schept eigen grenzen: Handwerk vol vakmanschap is voor de mode: in het beeldend werk naai ik als een beenhouwer of chirurg. Al ging Coppens jaren geleden zijn eerste canvas te lijf met naald en draad om het te ontheiligen en het sacraal gevoel van angst te doorbreken. In zijn overzichtsboek Homework is het volume Home voor de beeldende kunst en Work voor de mode. Het zegt alles dat het eerste Love Me op de cover kreeg en het tweede Feed Me. Coppens beweert de schoonheid achter te laten in de modewereld maar gruwelijk schoon is ook schoon.







