Squeaky Toys Have Feelings Too

16.03.2025 - 03.05.2025

Rivoli Building #41 - Brussel

Het wijkt af, het drijft weg, het is een spel. Het is iets helemaal anders en toch doet hij opnieuw wat hij altijd al heeft gedaan. Zoeken, spelen, exploreren. De verzamelde collages, assemblages en andere beelden in de nieuwe tentoonstelling van Christophe Coppens evoceren een droomwereld. Het is een artificiële wereld, zoals we die kennen uit het theater, uit de opera’s, de vitrines en installaties uit de andere levens van de kunstenaar: situaties, kunstmatig, zoals het aquarium dat terugkeert in de collages.

Psychologen en psychiaters leren dat nachtelijke dromen de voortzetting zijn van het dagelijkse handelen. Voor Christophe Coppens lijkt het dagelijkse handelen de voortzetting van de nachtelijke droom. Deze beelden vormen zijn antwoord (ook al komt het dikwijls in de vorm van een vraag) op een wereld waarin alles mogelijk lijkt maar toch moet passen in een kader – het kader van het werk, van het aquarium, van de galerij. Waar is de droom, waar is de illusie, in dat alles? Het zit in de mogelijkheid: alles kan altijd anders.

Afwijken, wegdrijven, spelen zijn de strategieën die hij inzet voor deze tentoonstelling die begint bij de gift: een galerij als werkplek en als uitbreiding van zijn atelier. Daar vertrekt het afwijken van het traditionele, het wegdrijven van het intentionele, het spel van het situationele: de kunstenaar die zich de controle van de galerij over het werk van de kunstenaar opnieuw toe-eigent.

Die realiteit geworden droom begint al twee weken voor de vernissage, wanneer hij de galerij intrekt om er te werken. Daarin zit een afwijking waarin de galerij als plek waar kunst wordt verkocht verandert in een plaats waar kunst wordt gemaakt. Het is een statement: het ongeziene doen met de galerij en er een speelplek van maken. De kunstenaar doet zijn zin: iets helemaal anders, maar toch weer meer van hetzelfde.

Natuurlijk is niet alles in deze tentoonstelling hier gemaakt. De drie affiches – poëtische slogans? Sloganeske poëzie? – maakte Christophe Coppens bij Erik Desmyter, drukker en verzamelaar van historische drukpersen in Gent, op een machine uit 1840. Hoogdruk, met houten letters uit de letterbak. Dat kon enkel daar gebeuren. Maar ook in andere beelden zitten resten van eerder werk. Net zoals werk uit deze constellatie mogelijk terugkeert in een volgende.

Christophe Coppens durft dit wel eens een halve tentoonstelling noemen. De werken hier zijn af en niet af tegelijkertijd. Zijn collages en assemblages zijn een soort dagboeken: scrapbooks van een verleden voor de toekomst. Wat nu niet verkocht is, kan hij later nog verder bewerken. Een deel van het werk is niet eens bedoeld om te verkopen. Dan wordt de vraag: Wat is af? Moet het af zijn?

Af of niet af – half af is ook af. En tweemaal half is ook vol.

Al die herhalingen, dat repetitieve, in deze verzamelde beelden vol magisch zwevende bollen, bergen, kaders, symmetrische landschappen als rorschachtests: aan de bezoeker om elk van die situaties in te vullen. Altijd opnieuw. Daar zit het helende principe – voor de kunstenaar én voor de bezoeker – achter deze presentatie: in de opening naar een vervolg. In die transitie van de kunstenaar naar de bezoeker zit ook het risico: wat hier dreigt weg te drijven als iets transcendent riskeert opnieuw af te wijken als een accident of door te spelen als een incident. Daar zit een moment van loslaten. Aan de bezoeker om te bepalen in welke fase we zitten. Daar zit het onaffe affe, het maffe, koppig doorgegeven van het hoofd van de kunstenaar naar dat van de kijker. Dat hoofd, die hoofden, dat is de ruimte waarin deze werken, deze ingrediënten als aanzet tot fantaseren, af zijn.

Of niet.

Nog niet.