Johan Tahon

Johan Tahon & Michael de Kok

05.09.2021 - 30.10.2021

Rivoli Building #20 - Brussel
From September 5 to October 30, Galerie Zwart Huis presents a duo exhibition with Johan Tahon and Michaël de Kok.

Johan Tahon (°1965) is geen beeldhouwer geworden. Hij is het altijd geweest en zal het ook altijd zijn. Voor hem is beeldhouwen als ademen. Al op jonge leeftijd ontdekte hij dat objecten lichtheid gaven aan de zwaarte van het bestaan. Pijn was zijn motor, maar toch gunde elk van de onder zijn handen ontstane beelden hem een blik op de schoonheid van de wedergeboorte. Tahon was instant verslaafd, ging beeldhouwkunst studeren aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten (KASK) in Gent en was nog geen dertig toen hij de internationale kunstarena betrad. Sindsdien is hij altijd onderweg, om nooit aan te komen. Hij woont en werkt in België en in Zwitserland.
Rusteloos en vol verlangen naar het onzegbare tast Johan Tahon de grenzen af van het grote onbekende. Vertrouwend op zijn materiaal, techniek en vaardigheid gaat hij even onbevreesd als koppig op zoek naar het niets dat tegelijkertijd alles is. Naar een heden dat ook verleden en toekomst is. Naar de stilte die alleszeggend is. De afgelopen decennia blies Tahon leven in een indrukwekkende rij mysterieuze bronzen, gipsen en keramische sculpturen: gekwetste reuzen en ongenaakbare engelen, gekwelde wezens en ingetogen monniken, sensuele naakten en amorfe hybriden. Allemaal – of ze nu in een handpalm passen of tot monumentale hoogte reiken – zweven ze tussen de aarde en de hemel.

Voor Johan Tahon betekent ‘zoeken’ ook telkens weer uit de cocon van de eigen discipline breken. Hij is een gepassioneerd muziek- en literatuurliefhebber, en omgekeerd weten ook veel schrijvers en muzikanten zich geïnspireerd door zijn werk. Onder hen: de Belgische dichter Peter Verhelst, de allround Amerikaanse kunstenaar Lee Ranaldo (Sonic Youth) en de Duitse zanger Till Lindemann (Rammstein). In de solotentoonstelling Wir überleben das Licht in het Bonnenfantenmuseum van Maastricht in 2018 kwamen Tahons grote liefdes samen: zijn beelden eisten hun plek op tussen de collectie middeleeuwse houtsculpturen en werden tegelijkertijd verrijkt met gedichten van Lindemann.
Recent werd ook Tahons keramisch werk solo getoond in het Princessehof Museum in Leeuwarden. Momenteel is zijn werk onder andere te zien in Musée Ariana in Genève en zijn er nog bijzondere solotentoonstellingen op til in zowel het MOU in Oudenaarde als het SZU Fine Arts Museum in Shenzhen (China). Tahons beelden zijn al sinds 1994 voortdurend op rondreis. Ze trokken naar Lustwarande04 in Tilburg, Ceramix in Parijs en Sèvres, Human Condition in Los Angeles en de Biënnale van Istanbul. Ze maakten stops in onder andere het Gerhard Marcks Haus in Bremen, het Kennedy Center for the Performing Arts in Washington en het Topkapi Paleis in Istanbul. Ze bleven achter in publieke en private collecties zoals die van het S.M.A.K., het M HKA, het Stedelijk Museum van Amsterdam, het Gemeentemuseum van Den Haag, het FMAC in Parijs, het Museo Internazionale delle Ceramiche in Faenza, Museum Kunstpalast in Düsseldorf en het Nederlandse Koningshuis in Den Haag.

Michaël de Kok (°1958) heeft vooral naam gemaakt met schematisch opgebouwde en breed uitgewerkte figuratieve landschappen – weids, stil, schaduwloos –, af en toe doorkruist door een snelweg of een brug. Langzamerhand won de desolaatheid veld. Hier en daar strooide de schilder nog wel geheimzinnige, hoekige, verlaten bouwsels in zijn landschappen – als obstakels waaraan onze blik bleef haken en als symbolen voor de menselijke, slordige omgang met dat landschap.
Maar vergis u niet: hoewel Michaël de Kok zijn schilderijen baseerde op werkelijke landschappen, ging het hem niet om topografisch of klimatologisch exacte weergaven. Hij schilderde uit het hoofd. Zijn landschappen zijn altijd herinneringen en dromen geweest: ‘na-beelden’, verkenningen in verf, een ode aan de vrijheid van de geest en van het schilderen.
In zijn jongste schilderijen lijkt Michaël de Kok de figuratie helemaal losgelaten te hebben. Zijn landschappen zijn dynamische kleurvelden geworden. Het is alsof hij zijn landschap een kwartslag gedraaid heeft, waardoor de horizon verticaal is komen te ‘staan’. Meestal werkt hij met twee kleurvlakken die elkaar ontmoeten aan een grens - een ‘verticale horizon’ - die steevast onder spanning staat.
In een van zijn werken is die verticale grens geschilderd op een vermoedelijk gele grondlaag, waarop het vuilroze en fletsblauwe kleurvlak elkaar ontmoeten en zo een rafelige, anderskleurige rand doen ontstaan: noem het - met een figuratieve blik - ‘een oplichtende einder’. Ook in de andere schilderijen is de grens tussen de kleurvlakken een nadrukkelijke, driftig geborstelde streep. Subtiele, uitwaaierende verfsporen lijken daarbij de zwaartekracht te trotseren. Geen van die kleurvlakken is echt monochroom geschilderd. De verf mag dan glad uitgestreken zijn met nauwelijks zichtbare borsteltrekken, in de kleur wolken allerlei tinten op die restanten lijken te suggereren van heuvels en dalen. Voor nog meer dynamiek zorgt Michaël de Kok door aan de rand van sommige schilderijen schuine, anders geschakeerde kleurpartijen aan te brengen. Eén enkele keer scheidt de schilder zijn twee kleurvlakken radicaal, door op twee afzonderlijke doeken te werken die hij met een tussenruimte van hooguit twee centimeter pal naast elkaar hangt.
Hoewel het oeuvre van Barnett Newman ons voor de geest komt, legt Michaël de Kok duidelijk een persoonlijke zoektocht af. Het lijkt erop dat de schilder meer vrijheid wil veroveren en het figuratieve beeld zoveel mogelijk heeft losgelaten om zich helemaal uit te leven in de verf, die hij meesterlijk en in al haar subtiele schakeringen laat oplichten.

Michaël de Kok studeerde aan de Academie van Breda en aan de Rijksakademie van Amsterdam. Werken van hem bevinden zich oa. In het Stedelijk Museum De Lakenhal, Leiden (NL), in het Museum Schunk, Heerlen (NL), The New Art Gallery, Wallsall (UK) collection.