Stefan Peters, Peter H. Waterschoot

How the Light Gets In

11.01.2026 - 28.02.2026

Rivoli Building #41 - Brussel

How the Light Gets In brengt schilder Stefan Peters en fotograaf Peter H. Waterschoot samen in Galerie Zwart Huis. In deze duotentoonstelling onderzoeken beide kunstenaars hoe licht zich manifesteert via breuken, omwegen en momenten van alertheid. Peters laat in zijn schilderkunst ruimte ontstaan voor het onverwachte binnen het maakproces. Waterschoot ontwikkelt via fotografie en scenografie beelden die balanceren tussen atmosfeer, tijd en innerlijke ervaring. De tentoonstelling toont een intense dialoog tussen schilderkunst en fotografie. Licht wordt hier niet louter zichtbaar, maar ook voelbaar aanwezig.

Met How the Light Gets In presenteert Galerie Zwart Huis een tentoonstelling waarin schilderkunst en fotografie elkaar ontmoeten in een gedeelde gevoeligheid voor licht, tijd en materialiteit. Stefan Peters (°1978) en Peter H. Waterschoot (°1969) vertrekken elk vanuit hun eigen discipline. Zij raken elkaar in een onderzoek naar hoe beelden ontstaan op het moment dat controle plaatsmaakt voor openheid.

De titel van de tentoonstelling verwijst losjes naar Leonard Cohens beroemde zin “There is a crack in everything, that’s where the light gets in”. In deze context verschuift de betekenis. Niet zozeer de plaats van de breuk staat centraal, maar het moment waarop licht zich aandient en de alertheid om dat moment te herkennen. How the Light Gets In gaat over aandacht en over het toelaten van het onverwachte binnen het artistieke proces.

In de werken uit de reeks Vistas vertrekt Stefan Peters vanuit een uitgesproken procesmatige schilderpraktijk. Zijn recente schilderijen roepen monumentale en verstilde landschappen op, maar onttrekken zich aan een eenduidige lezing als representatie. Verf fungeert hier niet als middel om een beeld te illustreren, maar als het beeld zelf. Peters laat breuken, onvolkomenheden en toevalligheden toe in het maakproces. Het schilderij ontwikkelt zich daardoor niet lineair, maar via omwegen en verschuivingen. De doeken zijn geen vensters op een buitenwereld. Het zijn autonome picturale constructies waarin het kijken vertraagt en zich verliest in lagen, textuur en kleur.

Voor deze tentoonstelling toont Peters daarnaast voor het eerst werken uit zijn nieuwe reeks Reverse. In deze serie schildert hij op de achterzijde van plexiglas en in omgekeerde volgorde. Elke handeling is definitief en correcties zijn nauwelijks mogelijk. Het glas fungeert niet louter als drager. Het vormt een actieve en bemiddelende laag tussen beeld en kijker. Het schilderij bevindt zich altijd achter een oppervlak en wordt waargenomen via lichtinval en reflectie. De ervaring van het werk verandert met de omstandigheden, terwijl het beeld zelf niet wijzigt. Net als in Vistas ontstaan ook deze beelden tijdens het maken en blijven ze bewust eenvoudig. Ze leggen zich niet vast op een eenduidige betekenis en nodigen uit tot een aandachtige en trage manier van kijken.

Peter H. Waterschoot sluit hierop aan vanuit de fotografie, die hij benadert als een discipline van studie, selectie, reizen, vertraging en ervaring. In How the Light Gets In toont hij in primeur een prelude op zijn langlopende project ATOPOS. Dit visuele essay in wording richt zich op de creatie van een metafysische ervaringsruimte die losstaat van geografische verankering. Vanuit een achtergrond in stedelijke nachtfotografie, ontwikkeld vanuit een film-noir gevoeligheid en verdiept tijdens een masterclass met Todd Hido, onderzoekt Waterschoot hoe beelden afstand, melancholie en innerlijke toestand kunnen dragen zonder narratief te worden. De stad fungeert daarbij zowel als decor als psychische ruimte. Zij wordt gekenmerkt door een uitgesproken Europese terughoudendheid en een grote aandacht voor atmosfeer.

In zijn recente werk verschuift de context naar natuur en landschap, zonder dat de discipline van de stedelijke blik verdwijnt. Avondlicht en subtiel ingezet kunstlicht vervangen de stedelijke verlichting en maken oriëntatie onzeker. Kleur speelt hierin een sleutelrol. Purper, diepblauw en dennengroen vallen als een sluier over het beeld en openen een contemplatieve ruimte waarin de tijd vertraagt. De beelden van Waterschoot onttrekken zich aan vaste fotografische categorieën en situeren zich in een tussentijd tussen wat geweest is en wat zich nog moet voltrekken. In die actieve leegte, verwant aan het begrip atopos of de niet-plaats, wordt licht een ervaring die zich langzaam en conditioneel aandient.

How the Light Gets In
toont zowel het onvoorspelbare karakter van beide oeuvres als de stille dialoog tussen schilderkunst en fotografie. De tentoonstelling fungeert als een uitnodiging tot vertraging en aandacht. Ze stelt een manier van kijken voor die niet consumeert, maar openlaat. In die ruimte tussen breuk en continuïteit en tussen materie en waarneming wordt zichtbaar en voelbaar hoe het licht binnensijpelt.

Selectie werken