Jan De Vliegher

Treasury — part 2

04.09.2022 - 15.10.2022

Opening: Sunday 4 September 14h-19h


Voor de reeks “Treasury” vond Jan De Vliegher inspiratie in het Victoria&Albert Museum in London. Vitrinekasten gevuld met porseleinen sierbordjes verschijnen als abstraherende stillevens, waar de realiteit rijker en vrijer wordt. Die series reflecteren over zijn drang naar schoonheid, de wens om je te omringen met pracht en praal, zoals de nobele Europese aristocratie dat soort objecten vaak probeerde te verheffen. Voorbij de functie van het ornament wordt het door de handen van de kunstenaar een nieuwe creatie, een abstract idee, een verlangen.


De doeken van Jan De Vliegher (°1964, woont en werkt in Brugge) zijn een ontmoeting van abstracte bewegingen en figuratieve invalshoeken, van expressionistische penseelstreken en impressionistische accenten, maar vooral van een ‘joie de vivre’ en een ‘joie de peindre’. Sinds zijn debuut in 1998 werkt hij in reeksen die gebaseerd zijn op zorgzame observaties van het dagelijks leven. Hij vindt schoonheid in het kleine zoals op stranden, in tuinen of in uitstalramen, maar ook in het luxueuze van paleizen, kerken en kastelen. Hij schildert snel en barok, ‘alla prima’ en vaak op groot formaat, maar zijn kunst gaat vooral over de act van het schilderen zelf. In het werk van De Vliegher spelen kleur, licht, compositie en perspectief een essentiële rol. Het voorgestelde onderwerp voor hem van ondergeschikt belang, omdat het niets anders is dan een gelegenheid om te schilderen, een middel om beelden te produceren. Voor hem is het dus geen kwestie van het afbeelden van de zichtbare werkelijkheid, maar – zo je wil – van puur schilderen. Hij laat kunst kunst zijn en alleen de schilderkunstige présence van de voorstelling lijkt hem te boeien. Niet als oppervlakkig decoratief werk, maar ook niet als conceptuele verbeelding, als diepzinnige visie-ontwikkeling of als sociaal of maatschappelijk signaal. De Vliegher registreert visuele prikkels en plaatst ze in een picturale ruimte. Hij herleidt de wereld tot beeld, tot het beeld een wereld op zich gaat worden. Er gebeurt niets ingewikkelds, maar wel iets wonderbaarlijks.

De Vliegher schildert snel en accuraat, en tracht verf in één adem op het doek te zetten. Hij schildert ‘alla prima’ of nat-in-nat, een techniek waarbij nieuwe verf wordt toegevoegd aan voorafgaande lagen nog natte verf. Onderliggende verflagen hoeven niet te drogen vooraleer er nieuwe door of over worden aangebracht en het overvloeien van kleuren gebeurt op het doek zelf, niet op een palet. Hij besteedt veel tijd aan voorbereiding voor hij begint te schilderen. De kleuren worden in de juiste mengsels en in voldoende hoeveelheden nauwkeurig klaargezet. De Vliegher kent zijn medium door en door: een vloeibaar soepel bindmiddel dat pigment consistent vasthoudt en duurzaam en kleurecht is. Voor elke schakering van elke kleur die hij zal gebruiken heeft hij een aparte emmer klaarstaan, en waar hij de eerste jaren met olieverf werkte, is dat sinds 2014 vooral met acrylverf. Hij blijft de fysieke kwaliteiten van de pure verf tot het uiterste drijven, door de tactiele waarden over elk doek trefzeker uit te smeren.

Om te kunnen werken moet hij zich afzonderen en zich opsluiten in zijn atelier om zijn concentratie niet te verliezen. Dat gebeurt jaarlijks, vooral in de maanden januari en februari, waarbij hij die twee maanden warm ingeduffeld en zonder onderbreking aan de slag gaat. Hij zet zijn doek recht, maakt het in één dag af en schildert met grote papborstels vanuit de emmer op het canvas. Onafgebroken vitaal, en misschien zelfs opgejaagd, drijft hij het schilderstempo op en maakt bijna onbewust keuzes door de juiste kleur te kiezen, de juiste toon te zetten en de juiste lichtinval te plaatsen. De directheid van het schilderen staat voorop, waarbij het de hand is die het oog volgt, en niet omgekeerd. Hij schildert los en breed vanuit de schouders, een bevrijdende techniek die meer dynamiek toelaat dan uit de pols te werken en zeer vlot de inspiratie en de energie van het moment in één beweging op het doek krijgt. Tijdens het schilderen snijdt hij zich uren af van de buitenwereld en voert hij zijn beelden uit met virtuoze penseelstreken. Een rechtstreekse lik of toets, een brede borstelstreek of korte borstelstoot maken de beeldvorming tot een geheel. Hij weet precies hoe hij een licht- of donkereffecten moet neerzetten of een bepaalde stofsuggestie kan opwekken. De smeuïge verf druipt op het vlasdoek, de verf loopt uit, en op sommige plaatsen stapelt het natte verfmateriaal zich op, waarbij elke breuk of spat in het proces zichtbaar wordt. Die kleine onregelmatigheden leggen de elementaire aspecten van het schilderen bloot en bewegen sensueel tussen de pure representatie en een eigen handschrift dat nonchalant en onaf lijkt. Zijn schildertalent is opgebouwd uit ervaring, studie, drive en reflectie, waardoor hij de klassieke schildertechnieken kent en zelfs kan ontwijken, manipuleren of ontkrachten. Ook daardoor kan hij gemakkelijk ‘uit de band springen’, kijken hoe ver hij kan gaan in het herformuleren van visuele impulsen in verf. Hij heeft het schilderij immers al in zijn hoofd, voert het uit en smeert de verf vitaal en spontaan uit op het doek. Als een geschoolde koorddanser met verf verbindt hij de als onverenigbaar gewaande tegenstellingen van het suggestieve met het abstracte, het monochrome met het polychrome. De Vliegher streeft een radicale versoepeling van het beeld na en laat de picturale uitdrukkingswijze de inhoud overstijgen. Inherent aan de schilderkunst draait het om de beelddefinitie en ontwikkelt hij met de verfmaterie en de penseelvoering een hedendaags oeuvre met een persoonlijke schwung. Bevlogenheid en intuïtie staan voorop.

In die sfeer van vrijheid en overvloed zijn alle werken evenwel harmonieus gecomponeerd in vaak monumentale formaten, waar de ruimtebeleving op zich lijkt te staan. Als een architect en aannemer bouwt De Vliegher elk werk op met een zekere verhouding en harmonie, in een grid of losstaand. De fundering van elk werk is gestoeld op een gevoel van evenwicht, van orde of plaatsbepaling. Hij werkt dan ook meestal met ‘all-over-composities’ en verwijst daarbij naar Henri Matisse die vond dat de positieve en de negatieve ruimtes steeds in evenwicht moesten zijn. Om het eenvoudig te stellen: de positieve ruimte is het geschilderde onderwerp, de negatieve ruimte is de achtergrond. En bij een all-over-compositie is er dus meestal weinig negatieve ruimte, weinig achtergrond. Bij series zoals de porseleinen borden of de luchters zijn het structuren die over het volledige vlak versplinteren. In andere series zijn het vooral repetitieve werkstukken, waar hij binnen dat raster kan experimenteren, zoals bij de vitrines met keramiek of de stapels met pluche speelgoed. De Vliegher is van het puur abstracte werk van zijn beginperiode verschoven naar een vrijere soort figuratie. In wezen gaan de abstraherende en de realistische schilderijen zelfs over dezelfde problematiek. Het blijft gaan over zijn affiniteit met de schilderkunst, zijn liefde voor het coloriet en de poëzie van het schilderen.

Het gehele oeuvre van De Vliegher heeft een realistisch karakter en bevindt zich voornamelijk in het figuratieve veld. En hoewel het narratieve of literaire niet primeert, tekent het herkenbare beeld zich af in de esthetische beleving. De visuele ervaring verschijnt via zijn onderwerp, dat compositorisch wordt georganiseerd en expressief transformeert in een schilderkunstig beeld. Door telkens hetzelfde onderwerp te schilderen en in reeksen op te bouwen wil hij de waarneembare werkelijkheid vastleggen in een schilderkunstige werkelijkheid die aan voortdurende verandering onderhevig is. Het seriële karakter is een wegwerkproces van die realiteit: het schildersverlangen wordt versluierd door de verschillende variaties op een thema. Zoals bij Edgard Degas, Paul Cezanne of Giorgio Morandi houdt de realistische illusie op en verandert het onderwerp in verf, door het opnieuw en opnieuw te schilderen, door de tijd te proberen vatten. De thema’s gaan van landschappen, tuinen en strandtaferelen, langs terrassen in vogelperspectief en reflecties in het water, naar architectuurelementen en vitrinekasten, rijkelijke interieurs en kroonluchters, bustes, borden en glazen.

Het enthousiasme om te schilderen is na al die jaren nog lang niet gaan liggen bij De Vliegher. Anno 2020 is hij nog steeds de warme en joviale persoonlijkheid, vertolker van blijmoedigheid, die de vreugde voor het schilderen vertaalt op zijn doeken. Het is een aanstekelijk oeuvre dat ‘hakuna matata’ opwekt en vrolijk combineert met de ernst van het vak en de topsport tijdens het schilderen. Deze gezonde dosis euforie is een weerbaar vat vol reserve en overschot, dat wapent tegen tegenslagen en licht tovert. Geen lichtzinnigheid, maar lichtheid. (extract from 'Myriad Pursuits', Els Wuyts)