Jozef Van Ruyssevelt

Kamerzichten

03.10.2011 – 04.12.2011
Jozef Van Ruyssevelt ( Bazel – O.-Vlaanderen, 1941 – Essen 1985 ) volgt de opleiding Schilderkunst en Grafiek aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen.
Hij krijgt er een goede band met zijn leermeester, de schilder, graficus en glazenier Jos Hendrickx (1906-1971). Later zal Van Ruyssevelt hem als leraar opvolgen aan de Antwerpse Academie.
Over de periode aan de Academie vertelt zijn vrouw May Suykerbuyk: “ Zijn leraarschap heeft hem veel kopzorgen bezorgt. Eerder door de directie dan door zijn studenten. Jozef was ook niet zo graag onder de mensen. Op de academie at hij zijn boterhammetjes liever alleen op. “
May Suykerbuyk leerde hij kennen in 1966. Zij verkasten naar Essen, een groene landbouwgemeente aan de Nederlandse grens. Het bleek een gelukkige keuze want Van Ruyssevelt stortte zich op zijn kunstenaarschap. Alle genres beoefende hij: olieverfschilderijen, pastels, gouaches, aquarellen, etsen, tekeningen, collages en ook fotografie. Zijn foto’s werkte hij zelf af omdat “ voor hem fotografie een kunst is.”
Voor Van Ruyssevelt bestaat kunst uit drie elementen: licht, kleurenharmonie en compositie.

Zijn creativiteit kent zijn hoogtepunt tussen 1975 en 1983. Zijn productie ligt ook bijzonder hoog: ruim duizend werken.
In binnen- en buitenland krijgt hij tentoonstellingen en onderscheidingen.
Zijn werk bevindt zich onder meer in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen. Het gehele ets-oeuvre en een aantal schilderijen van Van Ruyssevelt zijn opgenomen in het Prentenkabinet van het Rijksmuseum in Amsterdam.

Zijn onderwerpen zocht hij niet ver: de prachtige tuin met de levendige en dialogerende kleuren;  een stoel in de leefkamer; objecten op een tafel; de haven van Antwerpen …
En bij collages telden alleen vorm en kleuren; pure abstractie. En dat kleurenpallet buitte hij ten volle uit. Niet voor niets spreken kunstjournalisten over een kleurenexplosie zoals ook te zien is bij Rik Wouters of Henri Matisse.
“ De kleur was voor hem het sprankelende, het leven zelf. Hij maakte bij voorbeeld kleurendia’s van een herfstblad of hij fotografeerde glaswerken omwille van de speelsheid van het licht in en door het glas. Ik herinner me hoe we de kathedraal van Chartres bezochten. Hij stond er perplex van de schoonheid van de glasramen en hoe het licht danste met de kleuren. Voor hem was dat pure mystiek,” aldus May Suykerbuyk.
Oorspronkelijk had hij in het huis een atelier maar uiteindelijk werkte en schilderde hij overal in de woning, tot in de keuken toe waar May aan het fornuis stond: “ Elk licht was goed voor hem. En hij schilderde zowel rechtopstaand achter een ezel als gebogen over de tafel of op zijn knieën op de grond.”
Van Ruyssevelt werkte graag op verschillende ondergronden of drager. Hij had bij wijze van spreken genoeg aan een gescheurd stuk papier.
“ Hij dacht veel na - hij wilde steeds het beste van het beste – en plots ging hij bijna nonchalant aan het werk. Die nonchalance was een indruk want hij wist precies wat het resultaat zou zijn. Hij was bijzonder ernstig bezig met zijn kunstenaarschap.”
Soms signeerde hij zijn werk, soms niet. Daar valt geen lijn in te trekken. Als hij signeerde deed hij dat in zijn sierlijkste handschrift met sterk verdunde verf.
Jozef Van Ruyssevelt lijkt een schilder te zijn van de vreugde, van levenskracht. Hij kende echter ook donkere, heel donkere periodes. Hij was manisch-depressief, voelde zich hevig schommelen tussen intense droefheid en te grote uitbundigheid.
Rond zijn veertigste had hij drie zelfportretten geschilderd: “ Je zag dat hij – door zijn zijn – een heel kwetsbare figuur was,” besluit May Suykerbuyk.

Op een koude winterochtend in 1985, verzocht hij het Einde om een afspraak.

Selected works